Scheuren

Scheuren in soorten en maten.

Scheuren in de hoefwand zien er niet fraai uit, maar er moet wel een onderscheid gemaakt worden tussen oppervlakkige en perforerende scheuren. Oppervlakkige scheuren betreffen alleen de buitenste zijde van de hoefwand en zijn cosmetisch niet mooi, maar relatief minder zorgelijk. Perforerende scheuren zijn complexer, omdat zij de hoefcapsule qua kracht verminderen en zijn daarom meer zorgelijk. Iedere scheur of barst verdiend aandacht, waarbij de oorzaak achterhaald moet worden. Hieronder de meest voorkomende scheurtjes uitgelicht:

Oppervlakkige scheuren

Dit zijn scheuren die zich alleen aan de buitenzijde van de hoef bevinden, in de structuur van de hoefwand zelf. Wanneer je de hoef van onderen bekijkt, kun je dit zien. Er zijn bijvoorbeeld doorlopende scheuren, van de kroonrand tot aan de onderkant van de hoef. Dit ontstaat vaak als gevolg van beschadiging van de kroonrand, waardoor de aangroei van nieuwe structuren verstoord is. Zo’n scheurtje is blijvend, en is eigenlijk meer een barst te noemen. Wanneer het warm en droog weer is, lijken dit soort scheurtjes wat te wijken. Soms zijn er veel van dit soort scheurtjes in een hoef, vaak bij oudere paarden (denk aan de afname van de hoeveelheid haar en kwaliteit van de nagels bij oudere mensen; dit geldt niet voor iedere senior, maar kan wel), maar is ook mede gerelateerd aan voeding en huisvesting.

Draagrandscheuren

Scheuren in soorten en maten.

De draagrand is het gedeelte van de wand dat de grond raakt, en ook hier kunnen scheuren ontstaan. Wanneer je de voet optilt, kun je de ernst van de scheur inschatten (geperforeerd of niet). Vaak is de oorzaak gelegen in onvoldoende hoefonderhoud, dat wil zeggen dat de hoeven te lang zijn gelaten, gaan flaren en qua kwaliteit en vorm achteruit zijn gegaan (wijd worden). Het hele gewicht leunt van het paard leunt er tenslotte op, en met een steentje erbij, ontstaat zo’n scheur makkelijk. Door onjuist of niet tijdig bekappen, onjuist verdeelde balans in de voet (te lange tenen bijvoorbeeld) ontstaat een goed recept voor dergelijke scheuren. Door de holtes, die door dergelijke scheuren ontstaan, kan vuil zich makkelijk ophopen met allerhande gevolgen van dien. Kortom, draagrandscheuren zijn goed te voorkomen! Vroeger zette smeden nog wel eens een horizontale streep over het ‘eindpunt’ van de scheur, maar dit is achterhaald en maakt de wand zwakker. Ook achterhaald is het wegvijlen van de scheur, immers, daarmee wordt de hoefwand alleen maar verzwakt.

Er zijn nog allerlei andere variaties op scheuren, bijvoorbeeld:

Scheuren in soorten en maten.
  • Zijwandscheuren van de hoef, bijvoorbeeld door trappen tegen een wand
  • Golvende verticale scheurtjes, waarbij men bedacht moet zijn op een schimmelinfectie
  • Horizontale scheurtjes, bijvoorbeeld na het uitbreken van een ontsteking via de kroonrand; dit groeit uit, maar moet wel begeleid worden

Bovenstaande tekst is bedoeld om een beeld te schetsen, en is zeker niet volledig of voldoende diepgaand. Het geeft echter wel een indicatie dat een barst of scheur niet zonder reden ontstaat en dat iedere situatie apart beoordeeld moet worden. Wel wordt duidelijk dat voeding, huisvesting/beweging – in combinatie met frequent en correct bekappen – een belangrijke rol spelen.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *